Gasflessen
Zet een gasfles altijd op een voor gasflessen bestemde plaats, zoals in de disselbak van de caravan.
- Zet de fles altijd rechtop en zorg dat hij niet kan omvallen.
- De plek waar u uw gasflessen bewaart, moet koel, goed geventileerd en onbereikbaar zijn voor kinderen.
- Gebruik geen slangen die langer zijn dan een meter. Let erop dat dit goedgekeurde hogedrukslangen zijn. Vernieuw de slangen ten minste eens per twee jaar.
- Zorg voor goede slangverbindingen: gebruik slangtule en slangklemmen.
- Sluit gasflessen af als u ze niet gebruikt. Doe dit met uw handen, niet met gereedschap.
- Laat werkzaamheden aan gasleidingen liever over aan vakmensen.
Geen LPG
Het gebruik van LPG (autogas) in gasflessen is levensgevaarlijk en bovendien verboden. In tegenstelling tot een LPG (auto)gastank kent een gasfles namelijk geen overvulbeveiliging. Bij herhaald overvullen met LPG kan de gasfles bezwijken, met alle gevolgen van dien. Laat het vullen van gasflessen over aan erkende vulstations.
Drukregelaar(s)
Gebruik tussen gasfles en gasapparaat altijd de juiste drukregelaar. De vereiste gasdruk vindt u op het typeplaatje van het gasapparaat. Gaat u op een gasfles apparaten van verschillende druk aansluiten, dan moet u ook verschillende drukregelaars gebruiken. Uiteraard monteert u de regelaar die de hoogste druk doorlaat, het dichtst bij de gasfles. In verband met slijtage van bewegende delen, vervangt u de drukregelaars om de vijf jaar.
Gastoestellen
Laat de gastoestellen jaarlijks controleren, schoonmaken en afstellen. Zorg altijd voor goede ventilatie in de ruimten waar ze worden gebruikt. Houd gordijnen, handdoeken en andere brandbare materialen op veilige afstand van uw kook- en verwarmingstoestellen.