Bij het stoken van hout, kolen of olie in uw kachel of open haard komen onverbrande deeltjes in het rookkanaal terecht. Deze hechten zich aan de wand van het stookkanaal en vormen eniet alleen een teerachtige, maar ook zeer brandbare laag. De hoeveelheid aanslag hangt af van uw stookgedrag. Hoe minder zuurstof de verbranding krijgt, des te onvollediger is de verbranding. Er komen dan extra afvalstoffen vrij, die zich ook weer hechten aan de binnenkant van het stookkanaal. Ook kan de schoorsteen door andere vervuiling, bijvoorbeeld een vogelnest, verstopt raken. Er is dan weinig of geen 'trek' meer, waardoor de verbrandingsgassen terugslaan in de kamer. Hierdoor ontstaat gevaar van koolmonoxidevergiftiging.
Koolmonoxide
Het directe gevolg is een onvoldoende zuurstoftransport naar de vitale organen. De eerste lichamelijke symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op griepverschijnselen: lichte hoofdpijn, misselijkheid, overgeven en vermoeidheid. Hoe groter de blootstelling, des te heviger de hoofdpijn. Ook krijgt men last van verwarring, slaperigheid en een versnelde hartslag.
Nog elk jaar overlijden er mensen door een combinatie van het slecht onderhouden gas- of stooktoestel en onvoldoende ventilatie. Bij een onvolledige verbranding van bijvoorbeeld aardgas, hout of kolen, ontstaat koolmonoxide (CO). Dit is een zeer giftig gas dat 250 keer sneller in het bloed wordt opgenomen dan zuurstof. CO-gas is een echte sluipmoordenaar; je ruikt of proeft het niet en je raakt snel bewusteloos.