Schilderen
Bij het schilderen zelf moet u rekening houden met de brandbaarheid van vele soorten verf. Diverse verfsoorten geven bij verwerking brandbare gassen af, die in combinatie met de open vlam van een geiser of zelfs vuur van een sigaret brand kunnen veroorzaken. Berg de verf en verdunners in een goed geventileerde ruimte op, dus niet in een schuur waar ook de centrale verwarming staat.
Lijmen
Bijvoorbeeld voor het verlijmen van vloerbedekking wordt lijm gebruikt waarin brandbare oplosmiddelen zijn verwerkt. Dan is een vonk al voldoende om de boel in lichterlaaie te zetten. Tijdens het werken met deze lijmsoorten moet u voortdurend ventileren. Zorg ervoor dat ontstekingsbronnen zoals kachelgeisers uit zijn, ook de waakvlam, en vermijd het gebruik van elektrische schakelaars. Gebruik uiteraard geen lucifers en rook niet tijdens deze werkzaamheden.
Kunststoffen
Voor de verfraaiing van interieurs worden vaak kunststoffen gebruikt. Denk aan plafondtegels. De meeste van deze kunststoffen zijn zeer brandbaar en veroorzaken bij brand een enorme rookontwikkeling. Ook smelten ze vaak wanneer ze verhit worden, zodat door brandende druppels ook andere spullen in brand kunnen raken. Voor dit soort kunststoffen zijn alternatieven te koop, die vlamdovend of onbrandbaar zijn. Laat u bij het kopen van materialen goed voorlichten over de brandbaarheid ervan.
Uw apparatuur
Gebruik elektrische klusapparatuur, zoals boormachines en zaagmachines, alleen voor de doeleinden waarvoor ze zijn gemaakt. Denk, met name bij het huren van apparatuur, aan het gebruik van (meegeleverde) veiligheidsvoorzieningen zoals een beschermkap en een veiligheidsbril.
Houd de snoeren en stekkers in goede conditie.Kabelhaspels moeten bij gebruik altijd helemaal worden afgerold. Als u dat niet doet, kan de warmte van de kabel niet worden afgevoerd en kan de haspel in brand raken.
Sluit nooit teveel apparaten aan op één groep. Als de stop springt, valt alles tegelijk uit. Bovendien kan het leiden tot overbelasting en oververhitting. Zware stroomtrekkers zoals de (vaat)wasmachine, de droger en de elektrische oven moeten elk op een aparte groep zijn aangesloten.