Verbindingen

Vroeger

De oudste brandweervoorschriften in Nederland gaven iedereen de plicht om bij het uitbreken van een brand, luidkeels 'brand!!' te roepen. In relatief kleine gemeenschappen was dat voldoende om de hele bevolking te mobiliseren.

Later werd gebruik gemaakt van nachtwachten met ratels, fluiten, trommels of trompetten. Ook op de plaats van de brand werd bij goed georganiseerde brandweren gebruik gemaakt van fluiten of trompetten om bevelen over te brengen.

Pas in 1874 kreeg de brandweer voor het eerst de beschikking over een vast telegraafnet, waarmee boodschappen tussen de kazernes konden worden uitgewisseld en branden konden worden gemeld met behulp van brandschellen of brandmelders. In de kleinere gemeenten waren wekkerschellen bij de vrijwillige brandweerlieden thuis in gebruik.

Met de introductie van de telefoon in 1881, werd de communicatie nog gemakkelijker. In 1924 was het zelfs al mogelijk om draadloos te telefoneren. Na de Tweede Wereldoorlog werden veel van de bestaande luchtalarmsirenes gebruikt voor de alarmering van de vrijwillige brandweer. Vanaf de jaren vijftig maakt de brandweer in Nederland, voor het radioverkeer tussen de voertuigen en de centrale post, gebruik van mobilofoons. Vanaf de jaren zeventig kwam voor het onderlinge radioverkeer, de portofoon in gebruik. Aan het einde van de zeventiger jaren kwamen de draagbare alarmontvangers waarmee de vrijwillige brandweerlieden draadloos konden worden opgeroepen.

Ontwikkelingen
Momenteel zijn bij de brandweer de vaste telefoonlijnen, mobilofoons, portofoons, alarmontvangers, semafoons en mobiele telefoons gemeengoed. Het ontvangen en verwerken van brandmeldingen gebeurt op regionale alarmcentrales, die daarvoor beschikken over computer gestuurde apparatuur.

Maar de tijd staat niet stil. Voor de meldkamers van de brandweer, politie en ambulancediensten zijn er inmiddels zeer geavanceerde meldkamer-computersystemen beschikbaar. Een voorbeeld daarvan is het GMS-systeem.

Ook voor de verbindingen is een geheel nieuwe techniek van data-overdracht beschikbaar. Hierbij kan tussen allerlei disciplines en op verschillende niveaus het spraak, fax- of dataverkeer op veilige en betrouwbare wijze worden uitgewisseld. Deze techniek heet C2000 en is de vervanger van de inmiddels verouderde radiotechnieken via de ether.

Voor het doen van een noodmelding geldt binnen heel Europa het telefoonnummer 1 1 2. Via dit nummer krijgt men verbinding met de betreffende nooddienst en kan men om assistentie vragen.