De brandweer in Nederland

Brandweer in Nederland

Gemeentelijke zorg
De brandbestrijding in Nederland is van oudsher een taak van de gemeentebesturen. Vrijwel alle 443 gemeenten in Nederland beschikken dan ook over een eigen brandweerkorps, waarvan de grootte afhankelijk is van de omvang van de gemeente.

De zorg voor de Brandweer en de taken van de korpsen zijn vastgelegd in de Brandweerwet van 1985. Volgens die wet heeft de Brandweer tot taak: "het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; het beperken en bestrijden van rampen".

De brandweer is betrokken bij alle fasen van de brandbeveiliging en rampenbestrijding. Door pro-actie tracht men in de vroegste fase van de planning gevaren te voorkomen of te vermijden. Door preventie tracht men brand of uitbreiding daarvan te voorkomen. Belangrijke hulpmiddelen daarbij zijn de strenge Nederlandse bouwvoorschriften en brandbeveiligingsverordeningen. In de preparatieve fase zorgt men voor het onderhoud van brandkranen, de bereikbaarheid van wijken en objecten en het maken van aanvalsplannen, zodat men bij het uitbreken van een calamiteit is voorbereid op de bestrijding daarvan. In deze preparatieve fase wordt ook getraind en geoefend in het bestrijden van branden, ongevallen en rampen en gezorgd voor het juiste materieel en materiaal. De daadwerkelijke bestrijding van branden, ongevallen en rampen noemt men de repressieve taak. Wanneer een calamiteit is bestreden en de situatie onder controle is, dan volgt de nazorg-fase.

In 2005 kwamen er bij de Brandweer in Nederland 132.000 meldingen binnen. Hiervan was er 46.800 sprake van een loos alarm, terwijl er 44.000 keer sprake was van een daadwerkelijke brandmelding. Daarnaast werd er 41.100 keer uitgerukt voor een hulpverlening, variërend van een kat in de boom en een vastzittende lift tot het bevrijden van slachtoffers bij verkeersongevallen. In datzelfde jaar kwamen er 76 mensen om bij een brand en raakten er 1.307 gewond. Hieronder waren 47 brandweerlieden. Door de brandweer werden in dat jaar 840 mensen bij brand gered. Bij hulpverleningen waren 772 dodelijke slachtoffers betrokken en 5.871 gewonden. Door de brandweer werden 8.957 mensen gered of bevrijd en aan 710 slachtoffers werd eerste hulp verleend.

Regionale samenwerking

Brandweer Samenwerking
Redding

De gemeentelijke brandweerkorpsen werken samen in 25 regionale brandweerorganisaties. Op deze manier kunnen bepaalde taken efficiënter worden uitgevoerd. Bij grotere incidenten en rampen kan men snel over voldoende mensen en middelen beschikken. Een van de opvallendste taken van de regio's is het instand houden van een verbindingsnet, inclusief een brandweer alarmcentrale. Daar komen alle brandmeldingen van de regio binnen en worden de betreffende korpsen of kazernes gealarmeerd. De brandmeldingen zijn afkomstig van automatische brandmeldinstallaties op de eigen alarmcentrale of via het landelijke alarmnummer 1 1 2. Deze 1 1 2-centrales worden beheerd door een aantal grote politiekorpsen. Bij een melding geeft men de plaats en de gewenste dienst door. Vervolgens wordt men direct doorverbonden met de betreffende meldkamer van brandweer, politie of ambulancedienst in die regio. Op dit moment wordt er gewerkt aan een gezamenlijk meldkamersysteem voor alle hulpdiensten en een compleet nieuw verbindingsnetwerk, waarmee niet alleen spraak, maar ook beelden en computerdata kunnen worden uitgewisseld.

Ook de preparatie (voorbereiding) van brandbestrijding en hulpverlening komt deels voor rekening van de regionale brandweer. Het centraal inkopen en onderhouden van materieel, de opleiding van het brandweerpersoneel, het maken van aanvalsplannen en inzetprocedures en het in stand houden van specialisme op het gebied van gevaarlijke stoffen gebeurt over het algemeen in regionaal verband.

Een andere belangrijke taak van de regionale brandweer is de voorbereiding op de rampenbestrijding. Daartoe organiseren ze opleidingen en oefeningen. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is aan de brandweerregio's materieel voor de rampenbestrijding ter beschikking gesteld.

Landelijk niveau

Brandweer Landelijk

In Nederland zijn op landelijk niveau diverse verenigingen en instanties actief. De bekendste hiervan zijn de Nederlandse Vereniging van Brandweerkorpsen (NVBK), de Koninklijke Nederlandse Brandweer-vereniging (KNBV) en de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Deze werken op hun beurt weer samen in de Nederlandse Brandweerfederatie (NBF). De Directie Brandweer en Rampenbestrijding van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt voor het overheidsbeleid op nationaal niveau en speelt daarbij een belangrijke ondersteunende rol op het gebied van de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIFV) is het kenniscentrum van de 'branche' en zorgt onder andere voor de leerstof en opleidingen van het brandweerpersoneel en andere betrokkenen bij de brand- en rampenbestrijding. Het Nederlands Bureau Brandweerexamens (NBBe) neemt tenslotte de examinering en toetsing van de kwaliteit van de opleidingen voor zijn rekening.

Daarnaast zijn er nog het Nationaal Brandweerdocumentatie-centrum (NBDC), de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Brandweerwezen (VBB), het Nationaal Brandweer-museum in Hellevoetsluis, het Brandweermuseum Borculo en de Stichting Historisch Brandweermaterieel (SHB) die zich met de brandweer en haar geschiedenis bezig houden.

Op het gebied van preventie is het vooral de Stichting Consument en Veiligheid, het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA), in samenwerking met TNO en enkele instituten van verzekeraars, waaronder het Nationaal Centrum voor Preventie, die een grote activiteit aan de dag leggen.

De verzekeraars hebben samen de Stichting Salvage opgericht. Deze kan door de brandweer worden ingeschakeld om de schadelijke gevolgen van brand nog tijdens de nablussing te beperken en in een zo vroeg mogelijk stadium maatregelen te nemen om voor de betrokkenen verdere schade te voorkomen.

De brandweermannen en -vrouwen

In Nederland zijn bij de gemeentelijke brandweren 26.866 actieve brandbestrijders in dienst, waarvan 4.593 in de beroepsdienst. Het beroepspersoneel is vooral te vinden in de grotere steden en bij de kleinere gemeenten in de officiersfuncties. Actieve werving heeft de laatste jaren gezorgd voor een groeiende instroom van vrouwen (daarvan zijn er nu 742) en leden van minderheidsgroepen. De brandbestrijdersgemeenschap vormt daardoor een betere afspiegeling van de maatschappij.

De opleiding bij de brandweer in Nederland is zwaar. Voor de toelating worden hoge fysieke eisen gesteld. De cursussen leggen een zware druk op de brandwachten. Dankzij het modulaire opleidingssysteem, met de door het Rijk gecontroleerde examens, is het in principe voor iedereen mogelijk om alle rangen bij de brandweer te bereiken.

Voor de officiersfuncties zijn hogere beroepsopleidingen vereist. Via het NIFV wordt een opleiding van ruim een jaar gevolgd. Om daarna binnen de brandweerorganisatie nog verder hogerop te komen, zijn aanvullende cursussen op het gebied van management en het leiden van grote operationele organisaties vereist.

Brandweer vrouw

Toekomst

De industriële ontwikkelingen en de onstuimige groei van het verkeer te land, ter zee en in de lucht zorgen in het dichtbevolkte Nederland voor toenemende risico's. Om deze adequaat het hoofd te kunnen bieden is een verdergaande samenwerking tussen brandweerkorpsen en andere hulpdiensten noodzakelijk. Uit veiligheidsoogpunt, maar ook ter toetsing van de mogelijkheden en onmogelijkheden wordt de brandweer in de ontwerp- of planningsfase van grote projecten in toenemende mate betrokken. Ook bij de zorg voor het leefmilieu wordt de brandweer steeds meer betrokken.

De brandweeropleidingen en het brandweermaterieel zijn zaken die in Nederland goed zijn geregeld. Vanzelfsprekend blijft er nog veel te wensen over. Zo bestaat er nog grote behoefte aan de mogelijkheid om realistisch te oefenen. Kennis en spullen zijn niets waard zonder een regelmatig terugkerende training. Ook de toenemende aandacht voor de veiligheid van brandweermensen maakt gedegen oefeningen noodzakelijk. Door schaalvergroting, taakverbreding en samenwerking, wordt gestreefd naar een professionele en overzichtelijke hulpverleningsorganisatie bij de zorg voor de openbare veiligheid.